Konijneninfo:

Het konijn behoort tot de familie van de haasachtigen en niet, zoals vaak gedacht wordt, tot de knaagdieren. Konijnen hebben nl. achter hun bovensnijtanden twee stifttanden en knaagdieren niet. Het konijn dankt zijn wetenschappelijke naam aan het graven van holen, nl. Oryctolagus cuniculus (haas die ondergrondse gangen graaft). Door selectief fokken zijn er heel veel verschillende konijnenrassen ontstaan. Van het kleine Pooltje tot de langharige Angora en de grote Franse hangoor. Een konijn blijft maar 12 weken klein, daarna groeit het uit en krijgt het op de leeftijd van 7-8 maanden zijn volwassen grootte. Konijnen zijn vanaf de 3,5-4 mnd geslachtsrijp en kunnen wel 10 jaar oud worden. Het zijn zeer sociale dieren die gezelschap nodig hebben, sowieso van mininaal 1 soortgenoot. Daarom is een konijn  niet geschikt om eenzaam in een hok achter in de tuin te wonen. ook is het belangrijk dat het konijn dagelijks minimaal 3 aaneengesloten uren bewegingsvrijheid buiten het hok of de kooi heeft.

 

Een hok alleen is niet genoeg..........

http://www.youtube.com/embed/m4z_Mrg-lpc

 

Een aantal misverstanden:

Een konijn is een leuk knuffeldier voor een kind.... Een konijn is absoluut niet geschikt voor zeer jonge kinderen. Konijnen zijn nl. prooidieren die er niet van houden om opgepakt en rondgedragen te worden. Vooral kinderen willen graag een konijn pakken en knuffelen, wat voor de meeste konijnen zeer beangstigend is. Door die angst zal het gaan bijten, krabben en rare bewegingen gaan maken om los te komen. Daarnaast raakt het fragiele bottenstelsel van een konijntjete gemakkelijk gekwetst door verkeerd of te stevig vasthouden van een kind.

Een konijn kan goed in een klein kooitje of lage kooi met plastic kap leven.. Een konijn is van oudsher een dier met een groot leefgebied. Hierdoor hebben ook de konijnen die als huisdier gehouden worden een grote leefruimte nodig, met veel bewegingsvrijheid daarbuiten. Het mag daarom nooit de bedoeling zijn een konijn altijd in een kooi of een hokje te laten. Niet voor niets zijn de achterpoten van een konijn krachtig ontwikkeld, zodat ze hoog er ver kunnen springen en hard kunnen rennen. Konijnen te klein huisvesten en weinig bewegingsruimte geven leidt tot botontkalking, zwakke spieren en vergroeide rugwervels.

Een konijn kan mensenvoedsel of (konijnensnoep) eten... Konijnen hebben een zeer gevoelig, uitgebalanceerd darmstelsel, niet vergelijkbaar met dat van de meeste zoogdieren, waardoor ze aangepaste voeding nodig hebben. Verkeerde voeding leidt tot verstoorde darmfolra waardoor gezondheidsproblemen ontstaan. Konijnensnoep bevat veel koolhydraten, die de blindedarmfolra verstoren. Daarom kan konijnensnoep, anders dan op de verpakking staat aangegegeven, schadelijk zijn voor de gezondheid. Zo kunnen ook de knaagstenen achterwege gelaten worden. Deze stenen bevatten kalk/calcium wat een konijnenlichaam onbeperkt opneemt en wat er door de nieren weer uit moet komen. Hierdoor ontstaan blaasproblemen zoals blaasstenen. Beter daarom een tak in het konijnenverblijf leggen waar ze op kunnen knagen. (eik, berk, wilg etc. geen dennenhout!)

Aanschaf:

Voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van een konijn is het nodig dat het tot 7-8 weken bij de moeder blijft. Tot de leeftijd van 6 weken heeft het moedermelk nodig, omdat het darmstelsel nog niet is ingesteld op het verteren van enkel droogvoer. Als een konijntje jonger bij de moeder wordt weggehaald is de kans op ziek worden vele malen groter. (dierenwinkels). Ze kunnen heftige diarree krijgen en sterven. Ook de stress van de nestscheiding en omgevingsverandering doet de weerstand omlaag kelderen waardoor ze makkelijk andere ziektes kunnen krijgen. Een konijn moet op leeftijd van 8 weken ingeent worden tegen VHD en op de leeftijd van 12 weken voor Myxomatose. De inenting van VHD wordt jaarlijks herhaalt; de inenting van Myxomatose wordt tweemaal per jaar, in het voor- en najaar herhalt. Een konijn  moet ruimschoots de tijd krijgen om aan z'n nieuwe leefomgeving te wennen. Het heeft voldoende bewegingsruimte nodig en een rustig plekje zonder dat het eenzaam is. De eerste dagen kan het diertje beter niet opgepakt worden, wel is het verstandig om het veel toe te spreken zodat het de stem van de eigenaar leert kennen. Konijnen zijn sociale groepsdieren en kunnen dus het beste samen met een of meer konijnen gehuisvest worden. De beste combinatie is ex-ram met voedster. Voedsters kunnen vanaf de 6e maand gesteriliseerd worden, rammen kunnen vanaf de 5-6 maanden gecastreerd worden. Na de castratie duurt het nog 2 weken dat de ram vruchtbaar is.

Voeding:

Konijnen horen een slank en gespierd lichaam te hebben. Er mag geen dikke laag vet over de ribben zitten. De wam (grote huidplooi onder de kin) van en voedster mag niet zo groot zijn dat hij in de weg zit met wassen of eten. De heupbeenderen mogen echter niet uitsteken, want dan is het dier te mager. De meeste konijnen zijn helas te dik omdat ze te veel of calorierijk voedsel krijgen. Verder speelt te weinig bewegingsruimte vaak een rol. Bijna alle voedingsstoffen die konijnen nodig hebben halen ze uit hooi, groenvoer en blindedarmkeutels. De meest ekonijnen krijgen teveel droogvoer en teweinig hooi en groenvoer. Teweinig hooi kan gebits- en gezondheidsproblemen veroorzaken. Advies 25 gram biks (korrels) per kg konijn per dag , onbeperkt hooi en afwisselend wat groenvoer. (bv wortel, wortelloof, witlof, appel, paardebloemblad, gras (geen gemaaid gras) o.i.d. Geen koolsoorten zoals rode- witte , chinese of savooiekool. wel bloemkoolblad of andijvie. dit alles met mate en het konijn langzaam laten wennen aan iets nieuws door kleine stukjes te geven en kijken hoe deze daarop reageert. Overdosis groen kan gas en diaree veroorzaken met alle gevolgen van dien. In de natuur beginnen konijnen op de leeftijd van een paar weken al met knabbelen aan planten. Huiskonijnen kunnen al jong probleemloos aan groenvoer gewend worden. De benodigde bacterien om groenvoer te verteren moeten gevormd worden. Daarom moet groenvoer opgebouwd worden. De meeste jonge konijntjes uit de dierenwinkel zjn geen groenvoer gewend. Daarom het beste aan deze konijntjes de eerste week geen groenvoer geven en weinig biks maar veel hooi. Hierdoor wordt de darmbeweging gestimuleerd en wordt zachte ontlasting voorkomen. Groenten die niet gegeven mogen worden zijn o.a.: bieslook, prei, ui, knoflook, bonen, erwten, rabarber, vaste kool en aardappelen. Gras is altijd het belangrijkste voedsel geweest van konijnen. Gras is daarom bijzonder goed groenvoer, er moet goed op gekauwd worden wat het afslijten van de kiezen tengoede komt. Maar ook aan gras moet een konijn wennen! Het eerste jonge gras wat in het voorjaar opkomt is zeer eiwitrijk en kan voor darmproblemen zorgen. Gras mag niet vervuild zijn door andere dieren, omdat dit voor wormen in het lichaam kan zorgen. Verder mag het gras niet bespoten zijn met pesticiden zoals antischimmel of mosverdelger of bestrooid zijn met kalk. Gemaaid gras geven gaat broeien in de maag en wordt gasvorming!

Buiten wonen:

Een buitenhok moet op een beschutte plaats staan, wind of regen mogen niet in het hok slaan. Het beste is de opening op het oosten te zetten. Op zonnige dagen moet het konijn voldoende schaduw hebben want een konijn raakt snel oververhit en kan dan sterven. Het hok dient aan de binnenkant onbewerkt te blijven, en aan de buitenkant wind en waterdicht gemaakt te worden. Het hok moet ruim zijn, breedte 1,50 meter en diepte en hoogte 0.60 meter is echt het minimum voor kleine tot middelgrote konijnen. De dieren moeten er rechtop in kunnen zitten. een derde van het hok moet bestaan uit een gesloten nachthok. Dit nachthok is een veilige schuilplaats die konijnen nodig hebben. De opening van het nachthok moet net zo groot zijn dat deze er net doorheen kan komen. Het hok staat een stukje van de grond af op lage poten, zodat er geen optrekkende kou is. Het dak steekt een stukje over de inslaande regen tegen te gaan. Het hok moet van buitenhof zeer goed gesloten worden, zodat slimme roofdieren het hok niet open kunnen maken. In de wintermaanden wordt er in het nachthok extra stro gedaan. Boij strenge kou kan de voorzijde van het hok gedeeltelijk afgesloten worden door plexiglas of een juten zak. Er moet altijd voldoende frisse lucht blijven. Bij meer dan 12-15 graden vorst en gure oostenwind kan het hok eventueel in een tochtvrije ruimte gezet worden.

De ren:

de ren wordt aan, of om het hok heen gebouwd, zoda de konijnen vanuit het hok zelf de ren in en uit kunnen gaan. Via een kippenloopplank kunnen de konijnen het hok in en uit gaan. een gedeelte van de ren kan overdekt gemaakt worden zodat de konijnen ook bij regen in de ren kunnen zitten. Een ren kan nooit groot genoeg zijn, 4 vierkante meter is aanbevolen voor twee konijnen, groter mag zeker ook. Konijnen buiten in een hok houden zonder uitloopmogelijkheid is af te raden. het is in strijd met de natuurlijke behoeftes van deze dieren. Ook bij een beperkte ruimte is een uitloop creeren door een hok op poten te zetten, en de ruimte onder het hok te benutten als kleine ren door het af te zetten met gaas.

Speelgoed:

Een huiskonijn dat aan de meubelen knaagt, of op de vloerbedekking graaft, is niet stout maar speelt. Een konijn moet spelen om lichamelijke redenen: energie kwijtraken, en om psychische redenen: voor afleiding. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de huisraad geloopt wordt. Daarom is het belangrijk dat een konijn goed speelgoed krijgt. Konijnen houden ervan om te wroeten en tunnels te graven. Kartonnen kokers van vloerbedekking kunnen prima dienen als tunnel. Een kartonnen doos, of een grote rieten mand gevuld met hooi en krantensnippers is een fijne graafplek voor een konijn. Matjes van zeegras zijn ook zeer geliefd bij konijnen. Voor de knaagbehoefte van en konijn kunnen onbehandelde rieten manden, zeegrasmandjes, takken en stro gegeven worden. Veel konijnen vinden het ook leuk om in hun kooi met allerlei dingen te gooien. Speeltjes van hout en hard plastic zijn het meest geschikt. Net als hun wilde soortgenoten rusten tamme konijnen graag smiddags,  maar zijn ze s'ochtends en s'avonds het meest actief; gedurende die tijden zullen ze het meeste met hun speelgoed bezig zijn. Als het speelgoed regelmatig gewisseld wordt, blijft het voor de konijnen interessant. Leuk speelgoed is te koop bij bv: het webwinkeltje van Stichting Bunnybin:  http://www.bunnybin-winkeltje.nl/

Agressie.....

Agressie is eigenlijk angst. Angstige ervaringen kunnen zorgen dat een konijn uitvalt naar handen en bijt. Vanwege het prooidierkarakter van het konijn, schuw en tot vluchten is geneigd, is er maar weinig nodig om een lief konijntje te zien veranderen in een grommend, uitvallend monstertje. Steeds uit het hok of kooi pakken kan voor een konijn een ngstige ervaring zijn en kan al aanleiding zijn tor gedragsverandering. Het konijn is bang om opgepakt te worden, en in de lucht gehouden te worden, bij zijn wilde soortgenoten betekent dit immers gegerepen te zijn door een vos, een bunzing of een ander roofdier. Op den duur zal het al bang zijn als er handen uitgestoken worden, en bijten naar de handen. Om deze situatie te voorkomen is het nodig dat het konijn zelfstandig in en uit het hok of kooi kan gaan. Buiten heeft het een ren nodig waar het in kan gaan om vrij te lopen. Binnen moet de kooi open staan, zodat het konijn er zelf in en uit kan gaan. Als het konijn terug in de kooi moet kan het gelokt worden met voer. Agressie kan ook plotseling ontstaan terwijl daar geen anawijsbare reden voor is. In dit geval kunnen hormonen een rol spelen. Op de leeftijd van 5-8 maanden komt een konijn, mannetje zowel als vrouwtje, in de puberteit, en kan zeer terrotoriaal gedrag gaan vertonen. Het kan zijn terrotorium gaan verdedigen als er eten wordt neergezet of als de kooi wordt verschoond. In dit geval is het verstandig het konijn te laten castreren. Als dit gedrag hormoonbepaald was, zal het verdwijnen na de castratie. Nog een reden van plotselinge agressie kan zijn de schijnzwangerschap van een vrouwtje. Ze wil dan haar denkbeeldige nestje en jongen verdedigen. Er zal in de kooi iets van te vinden zijn zoals opgestapled stro en waarschijnlijk plukken vacht erin. Het vrouwtje kan dan het beste met rust gelaten worden, schijnzwangerschap gaat vanzelf over en dan verdwijnt dit agressieve gedrag. Als een vrouwtje erg vaak schijnzwanger is geeft haar dat toch wel stress en is het verstandig om haar te laten steriliseren. Daarnaast is het risico op baarmoederhalskanker groter bij vrouwtjes die regelmatig schijnzwanger zijn. Met de sterilisatie haal je de kans op baarmoederhalskanker weg en worden ze vaak iets vriendelijker in hun gedrag.

Bron: Stichting platform Verantwoord Dierenbezit.

 Wat ziet een konijn??

Veel konijnenhouders zijn benieuwd hoe de wereld er uit ziet door de ogen van hun konijn. Waarom is het zo moeilijk voor mijn konijn om eten te vinden als het recht voor zijn neus staat? Waarom schrikt mijn konijn zo snel als ik de kamer binnen loop met een tas of doos in mijn handen? Kan mijn konijn kleuren zien?
Het eerste dat je moet weten is dat het zicht van een konijn compleet anders is dan jouw eigen zicht. Onze ogen staan vooraan in ons hoofd, en die van konijnen zitten aan de zijkanten.  Doordat onze ogen aan de voorkant zitten zien wij bijvoorbeeld goed diepte. Ook zien wij in kleur, wij kunnen namelijk 3 kleuren zien, rood, geel en blauw.
Aan de andere kant is het zicht van een konijn zo ontworpen dat hij snel en goed kan zien of er vijanden aankomen, vanuit bijna elke hoek. De ogen staan hoog en aan de zijkant van het hoofd, waardoor een konijn bijna 360 graden kan zien, en zelfs ook boven het hoofd kan kijken. Ze kunnen ook vijanden in de lucht heel snel waarnemen. Daarom mag je je hand nooit van bovenaf onverwacht in de kooi steken, want het konijn kan denken dat het door een roofvogel wordt bedreigd en in paniek raken.
Konijnen reageren gevoelig op fel licht omdat hun pupillen zich maar weinig kunnen vernauwen. Als je het konijn wilt fotograferen , zorg dan dat je de flitser niet op de ogen van het konijn richt.  Konijnen zijn vaak verziend, wat verklaard waarom ze snel kunnen schikken van een overvliegend vliegtuig, zelfs als zijn menselijke baasje het nauwelijks kan zien.

De prijs die konijnen betalen voor dit grote zichtsveld is een kleine blinde vlek recht voor het gezicht. Maar zijn neusje aan de voorkant en grote oren compenseren dat weer. Wil een dier zijn zicht goed scherp kunnen stellen dan is er een deel nodig wat beide zichtsvelden overlappen. Konijnen hebben dit dus niet. Konijnen zien objecten die dicht bij zijn driedimensionaal. Als je konijn zijn kopje scheef houd en je vanaf de zijkant aankijkt, dan is dat voor een konijn recht aankijken.

Hoe zit het met kleuren? Gedragsonderzoek uit 1970 wijst uit dat konijnen een beperkt aantal kleuren zien. Ze zien in de kleuren blauw en groen. Ze zien deze kleuren misschien niet zoals wij ze onderscheiden, maar ze kunnen wel onderscheid maken tussen deze twee kleuren.

Konijnen kunnen wel veel beter in schemer zien dan mensen kunnen. Ze zien als het schemert minder helder dan bij vol daglicht, maar nog steeds redelijk goed.

Nu vraag je je misschien af of jouw konijn je helder kan zien, of alleen maar een grote, wazige vlek ziet?  Een konijn ziet je niet zo scherp als je zelf ziet. Maar toch vormt hij een beeld van jou, waarbij hij gebruikt maakt van zijn zintuigen. Hij onthoudt jouw vorm, jouw stem, jouw bewegingen en geur. Zo kan jouw konijn je toch herkennen, zolang je maar niet met een tas of grote doos binnen komt lopen, die jouw voor hem zo bekende vorm helemaal veranderd!

Ik hoop dat dit artikel duidelijk maakt wat jouw konijn kan zien en waarom konijnen soms zo snel kunnen schrikken. Als je iets op te merken of toe te voegen hebt aan dit artikel kun je dat ons altijd even laten weten.
Bron: Het artikel "What Do Rabbits See" van Dana M. Krempels


Ook hebben konijnen een uitstekende neus. Als ze voedsel zoeken , volgen ze gewoon hun neus. Omdat de neus altijd in beweging is, kan het konijn geuren nog beter identificeren. Het dier kan zelfs de kleinste geurmolekulen waarnemen. Ook contact met mensen en met soortgenoten vindt via de fijne neus plaats. Het neusslijmvlies is bijzonder gevoelig. Daarom kun je beter geen stoffig hooi in de kooi leggen. Een droge lucht en chemische geurstoffen ( schoonmaakmiddelen en parfum) prikkelen het gevoelige neusje: probeer de zo onaangename prikkels dus te voorkomen.

Het gehoor van de konijnen is bijzonder goed. De dieren kunnen hun oorschelpen onafhankelijk van elkaar bewegen en draaien zodat ze in staat zijn de zachtste geluiden op te vangen. Hangoren zijn duidelijk in het nadeel, want het is bewezen dat zij slechter horen dan konijnen met rechtopstaande oren. Houdt dus rekening met het gevoelige gehoor en bespaar je konijnen herrie en geluiden met een hoge frequentie, zoals de deur in het slot knallen, schreeuwen en gillen, de radio of tv hard zetten. Konijnen die plotseling met lawaai geconfronteerd worden raken in paniek. Dit kan levensgevaarlijk zijn als ze bijvoorbeeld tegen een glazen door lopen. Leg vooral aan kinderen uit dat ze een konijn rustig en langzaam moeten benaderen. 

Orientatie via de tastharen:

De tastharen van het konijn zitten aan weerszijden van de gespleten bovenlip, op de wangen en boven de ogen. Ze komen qua lengte ongeveer overeen met de lichaamsbreedte van het dier. Het konijn registreert elke aanraking via zeer fijne tastzenuwen. Dankzij de tastharen kan het konijn zijn weg in een donkel hol vinden. Bovendien helpen de tastharen het dier nergens tegenaan te botsen. Deze haren zijn voor het konijn een uiterst belangrijk hulpmiddel bij de orientatie, je mag ze dus beslist nooit afknippen! Leg ook kinderen uit dat het trekken aan de tastharen het konijn veel pijn doet en dat ze dat daarom nooit mogen doen. 

Het is bekend dat konijnen echte lekkerbekken zijn. Door de smaakpapillen die zich in de mond- en keelholte bevinden, kan het dier zoet, zuur, bitter en zout onderscheiden. Konijnen zijn dol op zoetigheid, maar laat je daardoor niet verleiden het dier chocolade of koekjes te geven. Dit zou ernstige problemen met de spijsvertering tot gevolg hebben. Bittere stoffen zoals in leeuwentand, vindt het konijn niet erg. Giftige planten kunnen de dieren ten gevolge van domesticatie niet meer aan de hand van hun smaak herkennen. Daarom mag je nooit op het instinct van je konijn vertrouwen en moet je van te voren alle giftige planten uit de omgeving van het dier verwijderen.