KOPPELEN

Wilde konijnen leven in groepen samen en vinden beschutting in holen. Daar het tamme konijn van het wilde konijn afstamt, is gezelschap één van de eerste vereisten bij het houden van deze dieren. Aan een enkel konijn is dan ook duidelijk te zien dat het minder actief is en meer naar de mens toetrekt. Zodra een konijn gezelschap heeft, verhoogt de activiteit en zullen zij zich meer met elkaar bezighouden dan met de mens.
Het bij elkaar zetten van konijnen geeft in de praktijk nooit zoveel problemen zolang er maar genoeg ruimte voorhanden is (zorg ervoor dat elk konijn een eigen hoekje kan hebben waar het zich eventueel terug kan trekken!) en goede sexecombinaties gemaakt worden.

Konijnen leven in de natuur in groepen. Ook als huisdier hebben ze heel graag gezelschap van een soortgenoot. Konijnen vinden het fijn om tegen elkaar aan te liggen. Voor buitenkonijnen is dit ook een manier om warm te blijven. Konijnen wassen elkaar op plekken die moeilijk bereikbaar zijn, zoals de ooraanzet en de oogjes. Konijnen spelen en rennen samen en houden elkaar op die manier actief. Dat is goed voor hun gezondheid omdat het bijvoorbeeld helpt de darmwerking te stimuleren en botten en spieren sterk te maken. Konijnen vinden ook steun bij elkaar als ze bang of ziek zijn. Een wat angstig konijn kan zich erg optrekken aan een maatje dat dapperder is.

Is aandacht van de mens niet voldoende?

Konijnen die goed aan mensen gewend zijn, kunnen het heerlijk vinden om veel aandacht te krijgen en geaaid te worden. Vaak wordt gedacht dat het konijn daar voldoende aan heeft en geen behoefte zal hebben aan een soortgenoot. Een mens kan echter nooit een ander konijn vervangen. Alleen met een soortgenoot kan een konijn zijn natuurlijke gedrag uitvoeren en in konijnentaal communiceren.

Het is niet gezegd dat een konijn in zijn eentje per definitie ongelukkig is, want als het echt veel aandacht krijgt, veel rond mag lopen en regelmatig nieuw speelgoed krijgt, kan een konijn best tevreden zijn en het goed doen. Toch kan een soortgenoot nog heel wat toevoegen. Mensen die eerst een konijn hadden en er toen een ander konijn bij hebben genomen, zien vaak dat het konijn levendiger is en geniet van het onderling contact. Veel stelletjes die goed matchen zijn behoorlijk ‘klef’ en liggen veel tegen elkaar aan of zelfs over elkaar heen. Zoiets kun je een konijn als mens nooit geven.

Ook bij een konijn dat veel aandacht krijgt, zijn er heel wat uren per dag dat het dier in zijn eentje zit. En helaas lukt het vaak niet om die aandacht te blijven geven. De meeste mensen zijn druk met werk, hobby’s, huishouden en allerlei andere zaken. Kinderen die een konijn hebben, krijgen te maken met huiswerk, vriendjes en vriendinnetjes, sportclubs of de computer. Een konijn kan bij een goede verzorging wel acht tot tien jaar oud worden.

Een konijn dat buiten leeft, hoort absoluut niet alleen te zitten. Een buitenkonijn krijgt minder aandacht omdat ons leven zich toch vooral binnen afspeelt. In de herfst en winter beperkt het contact met zijn eigenaar zich meestal tot een of twee keer per dag voeren, misschien even aaien, maar de rest van de tijd zit het dier alleen. Voor een sociaal dier als het konijn is dat niet diervriendelijk.

Bijna elk konijn heeft het meer naar zijn zin met een ander konijn erbij. Maar er zijn konijnen waarbij het niet lukt om een goede koppeling te maken. Hoe dat komt, is niet duidelijk, maar het zou kunnen dat ze bijvoorbeeld vanaf heel jonge leeftijd geen contact meer hebben gehad met andere konijnen en daardoor niet goed weten hoe ze met andere konijnen moeten omgaan. Het kan ook dat zij slechte ervaringen hebben gehad met andere konijnen, bijvoorbeeld doordat ze bij een konijn of een groep zijn gezet en steeds aangevallen zijn.

Meestal is er, na wat langer zoeken, toch wel een goede partner te vinden, maar bij een enkeling lukt dit niet. Voor die paar konijnen bij wie het echt niet lukt, is het beter om alleen te blijven. Uiteraard hebben ze dan wel extra veel behoefte aan menselijke aandacht (mits ze goed aan mensen gewend zijn)!

Wat zijn goede combinaties?

Een geslaagde match draait dus om de goede combinatie. Maar welke combinaties zijn aan te raden en welke geven minder kans op slagen?

Man- vrouw 

De beste combinatie is een ram (mannetje) met een voedster (vrouwtje). Dit gaat in veel gevallen goed. Natuurlijk moet er dan wel voor gezorgd worden dat de dieren zich niet kunnen voortplanten. In elk geval moet het mannetje gecastreerd worden.

Vaak is het ook verstandig om het vrouwtje te laten castreren. Dat heeft voordelen voor haar gezondheid, want voedsters krijgen op latere leeftijd vaak baarmoederkanker. Maar ook wat gedrag betreft kan het verschil maken. Een ongecastreerde voedster kan schijnzwanger worden. Dan krijgt ze last van haar hormonen en kan ze prikkelbaar en knorrig zijn. Dat komt de relatie met het mannetje, maar ook die met de eigenaar, niet ten goede. Ook kunnen ongecastreerde vrouwtjes meer de neiging hebben om te sproeien dan gecastreerde vrouwtjes. Houd er wel rekening mee dat een castratie een echte operatie is en dus ook enig risico en extra kosten met zich meeneemt.

Is het vrouwtje al gecastreerd, maar het mannetje nog niet? Laat hem dan toch castreren. Anders zal hij steeds op het vrouwtje willen rijden en haar lastig blijven vallen.

Vrouw- vrouw

Een veel gehoord advies is om twee vrouwtjes te nemen. Dat kan goed gaan, maar het hoeft zeker niet! Vrouwtjes kunnen met elkaar gaan vechten omdat ze territoriaal zijn en omdat hun hormonen kunnen opspelen. Dat kan ook gebeuren bij twee zusjes uit een nest die jong zijn aangeschaft. Eerst lijkt het dan alsof ze het goed met elkaar kunnen vinden, maar op het moment dat ze volwassen worden en hun hormonen gaan werken, kunnen ze flink met elkaar gaan vechten en moeten ze soms alsnog uit elkaar worden gehaald. Tussen twee volwassen vrouwtjes die al aan elkaar gewend zijn blijft het meestal wel goed gaan, zeker als ze genoeg ruimte hebben en als ze gecastreerd zijn.

Man - man ? 

Twee rammen bij elkaar gaat meestal niet goed. Onder invloed van hun hormonen zullen ze met elkaar vechten. Maar ook na een castratie vormen twee mannen vaak geen goede combinatie.

Toch komt het wel voor dat twee mannetjes goed samengaan en aan elkaar gehecht zijn. Twee broertjes die altijd bij elkaar zijn geweest en gecastreerd zijn, kunnen soms goed samenleven, en ook andere combinaties zijn wel eens mogelijk. Maar als u een nieuwe combinatie gaat maken, is het af te raden dit met twee rammen te proberen. Ook bij bestaande combinaties die goed lijken te gaan, moet men ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is. Laat er ook geen andere konijnen bij en zorg dat er geen vrouwtje in de buurt komt: het evenwicht kan verstoord worden.

Maat:

Er zijn konijnen in allerlei soorten en maten. Voor het koppelen maakt het formaat van het konijn niet zo veel uit. Bij een dwergkonijn kan dus bijvoorbeeld best een grote Franse hangoor. Wel moet u natuurlijk oppassen als het grootste konijn erg fel of dominant gedrag vertoont en veel wil rijden, want dan wordt het verschil in grootte een risico. Het grote konijn zou dan het kleine konijn kunnen bezeren. Uiteindelijk komt het regelmatig voor dat het kleinste konijn de ander de baas is, omdat kleinere konijnen vaak fellere karakters hebben dan de grote rassen. Het kan daarom ook zijn dat een dwergkonijntje soms makkelijker klikt met een rustig, groot konijn dan met een ander fel dwergkonijntje.

Leeftijd: 

Bij het koppelen is het niet zo belangrijk hoe oud de dieren zijn. Heel jonge dieren, tot ongeveer drie maanden, kunnen gemakkelijk bij elkaar gezet worden, maar houd er wel rekening mee dat bij een man-vrouw combinatie tenminste een van de twee gecastreerd moet worden. Van het moment dat de dieren vruchtbaar zijn tot het moment dat een van beide gecastreerd kan worden, moeten ze dus gescheiden worden. Bij twee jonge konijnen van hetzelfde geslacht kunnen er problemen optreden op het moment dat de hormonen gaan werken, zo vanaf een maand of drie. Ze kunnen dan gaan vechten.

Een jong konijntje kan bij een volwassen konijn worden gezet, maar doe dat niet met een heel jong konijntje. Het jonge konijn kan dan nog niet voldoende tegen het volwassen konijn op en kan bovendien snel gezondheidsproblemen krijgen als hij te veel stress heeft. Wacht dus tot het konijn een maand of drie is.

Bij volwassen konijnen maakt de leeftijd niet uit. Wel kan het handig zijn om op het temperament te letten. Voor een bejaard, rustig konijn kan een jong, erg actief en fel konijn wat teveel van het goede zijn.

Waar vind ik een leuke partner?

Als u al een konijn heeft en u zoekt een partner voor hem of haar, dan is een konijnenopvang de handigste plek om te zoeken. Daar zijn veel verschillende konijnen te vinden en vrijwel altijd kunt u met uw konijn naar de opvang komen, zodat ter plekke gekeken kan worden met welk konijn de combinatie een goede kans van slagen heeft. Het personeel heeft meestal ervaring met het koppelen en kan u helpen om de signalen te interpreteren en een goede kandidaat uit te zoeken.

Haalt u een konijn bij een dierenspeciaalzaak, een particulier of een fokker, of haalt u een konijn bij een opvang zonder dat u uw eigen konijn meeneemt, dan heeft u kans dat de twee konijnen niet met elkaar overweg kunnen. Kunt u het nieuwe konijn dan nog terugbrengen? Of blijft u zitten met twee konijnen die niet bij elkaar kunnen en nu allebei alleen zitten? Wellicht kunt u daar een afspraak over maken. Bij een opvang is het vrijwel altijd mogelijk het dier terug te brengen als de koppeling niet lukt, bij andere aankoopadressen ligt dat vaak anders. Vraag dat dus voor u een dier meeneemt, en houd er rekening mee dat het mogelijk is dat bij het koppelen het nieuwe konijn wat vacht kwijtraakt of zelfs een wond oploopt. Mag hij dan nog terug?

Als u een heel jong konijntje heeft en u wilt er een ander jong konijntje bij zetten, dan is de kans dat het goed gaat erg groot (maar denk er wel aan dat u maatregelen zult moeten nemen als de hormonen beginnen te spelen). In zo’n geval kunt u ook een jong konijntje aanschaffen via een dierenspeciaalzaak of fokker. Overigens zijn er ook in de opvang regelmatig jonge konijntjes, doordat voedsters zwanger worden binnengebracht.

Een konijn overnemen van iemand anders die afstand wil doen van zijn konijn is ook mogelijk, maar ook dan moet u er aan denken dat het mogelijk is dat de koppeling niet lukt. Daar moet u dus vooraf hele goede afspraken over maken!

Keuze?  Om een grote kans van slagen te hebben is het sterk aan te raden om uw eigen konijn zelf zijn keuze te laten maken. Natuurlijk heeft u ook zelf uw voorkeuren. Misschien wilt u graag een hangoor, een dwergje, een wit konijn of een konijn met veel haar, of bent u helemaal weg van één bepaald konijn. Maar als uw eigen konijn uw enthousiasme voor het nieuwe konijn niet blijkt te delen, zal het koppelen heel veel tijd en energie gaan kosten en gaat het misschien niet lukken. Neem dus als het kan uw eigen konijn mee zodat u kunt testen of de combinatie kans van slagen heeft! En ook al blijkt hij een heel andere smaak te hebben dan u zelf, als ze een goed koppel vormen vindt u het nieuwe konijn straks vast ook heel leuk.

http://www.licg.nl/25b/praktisch/konijn-aanschaf-en-verzorging/konijnen-koppelen-het-koppelproces.html

(bron: http://www.licg.nl )

 

Basisvoorwaarden:

De beste en leukste combinatie is een gecastreerde ram met een voedster. De kans op slagen is 99%! Een gecastreerde ram kan pas twee weken na de castratie bij een voedster gezet worden omdat het sperma nog lang vruchtbaar is en zo ook de operatiewond goed heeft kunnen genezen.

Zorg voor een ruime behuizing (voor twee konijnen minimaal twee vierkante meter) met daarin de mogelijkheid dat de dieren elkaar kunnen ontwijken. Als het hok net is schoongemaakt heeft dat de voorkeur.

Laat de kennismaking niet in het nachthok of de kooi plaatsvinden maar in een grote ren of in de kamer of gang (neutraal terrein heeft de voorkeur). Begin hiermee aan het begin van de dag zodat er de hele dag de tijd is om rustig te bekijken of het goed gaat.

Haal de dieren alleen uit elkaar als er daadwerkelijk tot bloedens toe gevochten wordt. Ook al wordt er flink achter elkaar aan gezeten, is het beter om ze hun gang te laten gaan; immers de volgende dag zou er precies hetzelfde van voor af aan weer gebeuren. Probeer pas dan in te grijpen als er wonden gaan vallen.

Mocht het echt niet gaan dan hoeft de moed nog niet opgegeven te worden. Een alternatief is om bijvoorbeeld het nieuwe dier apart te huisvesten en naast de andere kooi of in de ren te zetten zodat ze elkaar kunnen zien en ruiken.

Probeer het bij elkaar zetten dan na een aantal dagen nog een keer waarbij moet worden begonnen met het af en toe rond lopen. Denk niet na een paar uur dat het al goed gaat; sluit ze niet te snel samen in een hok op.

Zet nooit twee rammen bij elkaar! Ook al zijn de rammen gecastreerd; ze zullen met elkaar op de vuist gaan tot de dood er op volgt.

Zet ook niet zomaar een nieuw konijn in een bestaande groep; het zal niet geaccepteerd worden. Vechten tot de dood is niet uitzonderlijk. Voor het vormen van een groep konijnen is het verstandig eerst afzonderlijke stelletjes van voedster + ram te maken en ze dan in een onbekend terrein te zetten. 

Gewenning
Het uitgangspunt voor het bij elkaar zetten van konijnen is uiteindelijk dat de dieren gezelschap hebben aan elkaar en elkaar aanzetten tot activiteit.

Een goed aan elkaar gewend stelletje ligt de hele dag tegen elkaar aan, wast en likt elkaar (voornamelijk de kop en oren). Pas dan is het verschil goed te zien met een enkel konijn: men herkent de konijnen meestal niet terug. Voordat het echter zover is wordt er vaak een hoop strijd gestreden. Het kan voor de mens een teleurstelling zijn omdat het de eerste tijd eruit kan zien alsof de konijnen het helemaal niet leuk vinden. Het kan er nogal heftig aan toegaan waarbij het zaak is de konijnen niet uit elkaar te halen zolang ze niet rollebollend met verwondingen vechten. Het proces verstoren heeft geen enkele zin.

In een onbekend terrein zullen de problemen het minst zijn. In bekend terrein van de voedster zal deze haar territorium behoorlijk verdedigen. De ram daarentegen is in zijn eigen territorium veel gastvrijer.
De ram heeft maar één doel: hij wil paren met de voedster. De voedster is hier meestal niet van gediend en zal de ram proberen te ontwijken. Ook gebeurd het nogal eens dat de voedster boven op de ram wil en men onterecht gaat twijfelen aan het geslacht van de dieren. Het paargedrag is de eerste dagen nogal heftig aanwezig maar zal uiteindelijk steeds meer afnemen. Het ene stelletje blijft het met vlagen doen, bij het andere stelletje zal het gedrag nog zelden te zien zijn.
Soms kan er zo'n paniek uitbreken dat, als het na een aantal uren niet verminderd, het verstandiger is om beide konijnen apart, naast elkaar, te huisvesten en daarna te handelen zoals beschreven bij de basisvoorwaarden. Tijdens het achter elkaar aanjagen is vaak al wel te zien dat de dieren nieuwsgierig naar elkaar zijn en zodra de voedster de ram zijn gang laat gaan (de hormonen gieren ondanks de castratie vaak zo door zijn lijf dat hij zelfs boven op haar kop gaat zitten!) is de grootste strijd meestal gestreden.

De eerste dagen tot weken begint er een enorm machtsspelletje: dan mag de één niet in het hok, dan mag de ander het niet. Hetzelfde geldt voor het eten, drinken en het elkaar in de weg lopen. Uiteindelijk lost zich dat vanzelf op.

Vele voedsters krijgen nestelgedrag: ze plukken haren uit hun buik en maken er een compleet nest van. Van zwangerschap is dan echter geen sprake; blijkbaar werken ook hier de hormonen door de aanwezigheid van de ram. Als het nestelgedrag een aantal dagen aanhoudt, kan zonder problemen het nest tijdens het schoonmaken van het hok verwijderd worden.

Uiteindelijk is er elke dag verandering in het gedrag van de konijnen te zien en zullen ze elkaar steeds meer gaan opzoeken. Ze gaan tegen elkaar aanliggen, gaan elkaar wassen: als dat gebeurd, dan hebben ze elkaar gevonden! Soms is het liefde op het eerste gezicht en liggen de dieren na een paar uur al bij elkaar, soms heeft het meer tijd nodig. Meestal duurt de gewenning ongeveer twee weken. In uitzonderlijke gevallen kan het langer duren, zeker als dieren in fasen aan elkaar gewend worden.

Als bij een stelletje één van de twee overlijdt, kan de overgeblevene in een behoorlijke dip geraken.
Let dan goed op of het dier blijft eten en ga op zoek naar een nieuwe partner!

Koppelen:

Een vruchtbaar koppel samenhouden is dierenmishandeling, zelfs als de jongen zouden gewenst zijn. Een gedekte voedster duldt geen ram in haar nabijheid, wat dus garant staat voor een maandje stevige ruzie. De voedster wordt wel onmiddellijk na de bevalling opnieuw gedekt, wat zowel voor de voedster als voor de jongen erg belastend is. De voedster is dragend en zogend, wat voor haar organisme een zeer zware belasting is en de jongen zullen te vroeg op eigen benen moeten staan. Dit leidt tot hoge sterfte bij de jongen en ook de moeder zal op deze manier geen lang leven beschoren zijn.

Konijn + cavia is niet aan te raden. Ze 'verstaan' elkaars taal niet en het konijn kan de cavia ook verwonden met zijn sterkte achterpoten (stampen). Cavia's zijn nu eenmaal niet zo behendig.

Er zijn verschillende koppelmethodes. Hieronder staan ze in het kort omschreven.

Manier 1: Neutraal terreinOp neutraal terrein de konijnen samen zetten, begin kort (10 minuutjes), en als het goed gaat elke dag steeds langer, als ze niet meer vechten gewoon zo lang mogelijk samen laten zitten, tot je het vertrouwen hebt dat ze samen goed zullen gaan in het hok. Je kunt ze gerust meerdere keren per dag bij elkaar zetten (wel 2 of 3 keer).

Manier 2: Gelijk samen zetten
Op goed geluk de konijnen samen in het nieuwe verblijf zetten. Bij ons heeft dat bij 1 koppeltje gewerkt, die vonden elkaar gelijk zo lief dat we ze vanaf het begin samen hebben laten zitten. Sommige konijnen vechten hier echter te erg voor, deze konijnen moeten in stappen gekoppeld worden op manier 1 en/of 3.

Manier 3: Koppelen onder stress
Bij sommige konijnen wil het maar niet klikken. Nou is er een manier die soms als laatste poging gebruikt kan worden, als je konijnen maar blijven vechten. Dit heet koppelen onder stress.
Je stopt beide konijnen in een (dichte) doos en doet iets stressvol. Bijvoorbeeld stofzuigen om de doos heen, de doos op een centrifugerende wasmachine zetten, een rondje met de auto rijden, of iets anders stressvol. Doe dit ongeveer een kwartiertje. Na de stress haal je beide konijnen uit de doos en zet je ze zomaar eventjes samen. Ze zullen nog zo onder de indruk zijn dat ze niet gelijk gaan vechten. Daarna haal je ze weer uit elkaar. Het koppelen onder stress zorgt dat ze goede herinneringen aan elkaar krijgen, tijdens te stress zochten ze immers steun bij elkaar. Je moet zorgen dat ze veel goede momenten samen krijgen, dan accepteren ze elkaar op een gegeven moment als het goed is wel.

Om de bovenstaande koppelpogingen nog wat makkelijker te maken als het niet wil kun je ook zorgen dat allebei je konijnen hetzelfde ruiken. Parfum moet je hier niet voor gebruiken omdat het huidirritaties kan veroorzaken, maar vanille essence (wat ook gebruikt word bij het koken/bakken).

Wat voor gedrag kun je verwachten tijdens een koppeling, en wat betekend het?

Achtervolgen – Dit doen de konijnen als ze de dominantie wil bepalen. Het ene konijn wil op het andere konijn rijden, en daardoor ontstaat er een achtervolging.
Op elkaar rijden – Konijnen rijden op elkaar om te laten zien wie de baas is. Zowel de ram kan op de voedster rijden, als de voedster op de ram, en ook rammen rijden op elkaar en voedsters rijden op elkaar. Dit heeft dus gewoon te maken met het bepalen van de rangorde.
Bijten – Bij elke koppeling word er wel eens gebeten. Als het zomaar wat plukjes haar zijn is dit echter niet erg. Als het echt een vechtpartij word moet u wel ingrijpen.
Vlinderen (draaien om elkaar heen) – Dit gaat meestal vooraf aan een vechtpartij. De konijnen draaien om elkaar heen, dit zijn meestal konijnen die ongeveer gelijk zijn in dominantie, en zij willen elkaar dan berijden.
Vechten – Als de konijnen echt rondrollen, de haren in het rond vliegen en ze hard bijten moet u tussen beiden komen. Let wel op! Een konijn dat vecht ziet niet waar hij in bijt, en zo kan u lelijke wonden aan uw handen krijgen! Het is daarom beter om (oven)handschoenen te dragen.
Knorren – Dit doen konijnen als ze niet tevreden zijn of zich bedreigd voelen. Het betekend “blijf uit mijn buurt”
Stampen – Dit doen konijnen als ze bang zijn, als er gevaar is. Dit kan dus ook bij een koppeling voorkomen.
Negeren/onverschillig gedrag – Dit is geen slecht teken. Meestal slaat dit gedrag op een gegeven moment om in nieuwschierigheid, en gaat de koppeling goed! Konijnen doen vaak onverschillig als ze de ander aan het pijlen zijn, als ze aan het inschatten zijn hoe het andere konijn is.
Nieuwschierig/ Snuffelen aan elkaar – Dit is een goed teken! Jouw konijnen tonen interesse in elkaar, en willen elkaar beter leren kennen!
Elkaar wassen – Het wassen van elkaar is een goed teken. Het wassen op de kopjes, of het aanbieden van een kopje zodat het andere konijn gaat wassen heeft te maken met onderdanigheid. Als je konijnen bij een koppeling elkaar wassen, dan gaat het de goede kant op!
Relaxed gedrag/Languit liggen/zichzelf wassen – Het konijn voelt zich op zijn gemak in de omgeving, en dus ook met de partner! Dit is een goed teken! 


Hoe grijp je in bij een koppeling?  Als het mis gaat, en je konijnen vechten of rijden wel heel veel opelkaar wil je graag ingrijpen. Het is belangrijk dat je de konijnen toch niet te snel uit elkaar haalt. Gelukkig kun je op andere manieren ook de koppeling wat sturen.
Je kunt je stem verheven en “NEE” roepen, of op strenge toon tegen het konijn praten. Als het goed gaat kun je dat ook aan je stem laten merken natuurlijk. Lekker groenvoer geven als het goed gaat is ook een goed hulpmiddel.
Je kunt een plantenspuit gebruiken om te laten merken dat iets niet goed is.
Je kunt (met ovenhandschoenen aan) tussenbeiden komen in een gevecht, als het uit de hand lijkt te lopen.

Blijf bij de koppelingen bij of in de buurt van je konijnen. Zeker in het begin kan een koppeling snel omdraaien en zul je af en toe moeten ingrijpen. Als het koppelen uiteindelijk goed gaat en je ze met een gerust hart een dag samen durft te zetten dan kun je ze in het eigen hok zetten. Hier kan weer wat onrust bij ontstaan, het is belangrijk dat ze ruimte hebben en dat er genoeg schuilplaatsen zijn zodat ze elkaar ook even kunnen ontlopen als ze geen zin hebben in elkaars gezelschap.

Extra info over koppelen:
http://www.hetkonijn.nl/index.php
option=com_content&view=article&id=58:koppelen&catid=14:sociaal-gedrag&Itemid=
22

 

                                 Copyright Konijnenopvang 2011 Het Knabbelhuis