VEEL VOORKOMENDE ZIEKTES BIJ KONIJNEN:

 

 

(Het toedienen van antibiotica oraal bij een cavia)

 

E. cuniculi (Encephalitozoon cuniculi)

E. cuniculi is een ziekte bij het konijn die veroorzaakt wordt door de protozo E. cuniculi. Een protozo is een kleine ziekteverwekker, iets groter dan een bacterie, en is niet met het blote oog te zien. De kiem tast zenuwcellen van de hersenen, het evenwichtsorgaan en het ruggenmerg aan, evenals zenuwcellen van de blaas.

Wat zijn de symptomen van E. cuniculi?

De symptomen zijn vooral van neurologische aard:

--> scheve kop

-->  afvallen zonder aanwijsbare oorzaak

--> tollen om lengteas

--> trillen van de oogbollen (nystagmus)

--> wolkje in de ogen

--> epileptische aanvallen

--> slappe of verlamde achterpoten / achterhand

--> coördinatieproblemen (ataxie)

--> veel drinken en urine incontinentie (blaasverlamming)

--> nierschade

Hoe raakt een konijn besmet met E. cuniculi? Besmetting van het ene naar het andere konijn vindt plaats via de urine of in de baarmoeder van voedster naar ongeboren vrucht. Konijnen kunnen latent geïnfecteerd zijn en geen klachten vertonen. Wanneer deze dieren een periode van verminderde weerstand doormaken (zoals stress bij verhuizing of introductie van nieuw konijn) kunnen er klinische klachten optreden.

Op welke leeftijd komt E. cuniculi voor? Het lijkt erop dat E. cuniculi vaker voorkomt bijoudere konijnen dan bij jonge konijntjes. Soms kan de eigenaar in de voorafgaande periode stressmomenten noemen.

Is E. cuniculi besmettelijk voor de mens? In principe is E. cuniclui een zoonose. Dat wil zeggen dat de infectie van het konijn overdraagbaar is naar de mens. Tot dit moment is echter de infectie met E. cuniculi alleen aangetoond bij mensen met een verminderde weerstand ten gevolge van AIDS.

Hoe diagnosticeren we een infectie met E. cuniculi? Meestal kunnen we op de klinische klachten en het verhaal van de eigenaar een waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om bloed van het konijn te onderzoeken op antilichamen tegen E. cuniculi.

Hoe behandelen we een konijn met E. cuniculi? De behandeling bestaat uit het toedienen van Panacur (fenbendazol, helpt het lichaam de protozo te bestrijden) gedurende 4 -( 6) weken en het toedienen van ontstekingsremmers (Dexamenthason 3 dagen en daarna Meloxicam (Metacam/Novacam), antibiotica, vitamine B en eventueel medicijnen tegen de blaasverlamming. Behandeling is zeker niet altijd succesvol en ook na langdurige toediening van medicatie is het resultaat soms erg teleurstellend.
Meer info op: 
http://www.dierenkliniekwilhelminapark.nl/dierinfo/konijn/cuniculi.html

 

Interessante link omtrent oogafwijkingen veroorzaakt door ECuniculi:

http://www.dierenkliniekwilhelminapark.nl/dierinfo/konijn/uveitis%20en%20cataract.html

 

 

Trommelzucht  /  GAS 

In de eigenlijke betekenis van het woord is trommelzucht een ophoping van gassen in maag -en of darmen, waardoor de buik zeer in omvang toeneemt en gespannen is. Vaak is er sprake van diaree. De trommelzucht als zelfstandige ziekte berust op voedingsfouten. Het voedsel is in dit geval in maag en darm tot gisting gekomen, waardoor overmatig gasvorming optreedt. Het konijn zit in het ernstigste geval onbeweeglijk, soms in het benauwd  en springt tegen de wand van het hok omhoog. De blik der ogen is flauw of angstig. Dikwijls is er ademnood en soms zijn er braakneigingen en speekselovervloed. Een der oorzaken ligt in het voeren van witte klaver, te nat hooi of gras, rauwe aardappelen, koolbladeren, bieten, bonen, bevroren voer, maïs en vers brood. Als deze voedingsmiddelen verkeerd of in te grote mate gegeven worden, dan ontstaat er gas in de darmen van het konijn. Vooral jonge konijnen niet teveel groenvoer ineens geven, laten wennen aan beetjes en stukjes van nieuw groenvoer.
Verdere oorzaken: ziekte, verwaarlozing, omgevingsverandering, stress, onregelmatige voertijden, te weinig beweging, vieze kooi en oud drinkwater waar bacteriegroei in zit.

Wat te doen......???
Als je konijn als gevolg van gas niet meer wil eten moet je gaan dwangvoeren met gewelde en gepureerde biks of science selective brokjes. (3 x daags) .Dit in een spuitje opzuigen en rechtstreeks in de bek spuiten. Ook moet je konijn pijnstillers hebben. Door de gasbuik hebben ze pijn en eten ze niet. Je kunt Carprofen drops geven of Metacam. ( 2 x daags). Daarbij geef je 3 x daags Cisaral drops en Metocloral drops voor de darmstimulerende werking daarvan. Ook geef je je konijn Aeropax. Het eerste uur 3 x 2,5 ml en daarna elk uur 2,5 ml tot je verbetering ziet. Aeropax is bij de apotheek verkrijgbaar, of bij de dierenarts of via internet.
Laat je konijn ook zoveel mogelijk bewegen. Dit is goed om het gas mee weg te krijgen.
Zie je op korte termijn geen verbetering ga dan snel naar de dierenarts. Zij kunnen een sterkere pijnstiller injecteren en darmstimulerende middelen (Primperid).
Leg het konijn in een warm deken en ga zo snel mogelijk naar een dierenarts. Op te merken is dat de behandeling in veel gevallen te laat komt en het konijn sterft. Het is dus beter deze aandoening te voorkomen en zeer voorzichtig te zijn met bovenstaande voedingsmiddelen.

TipAeropax is niet meer verkrijgbaar, vervangend middel Infacol verkrijgbaar bij kruitvat of Etos, dosering 0,6 ml per keer, eerste uur 3 x per uur, daarna om het uur. 
 

VERSTOPPING:

Een traag werkend darmstelsel. 
Als een konijn te weinig hooi en groenvoer eet, krijgt het te weinig vezels binnen. De vezels zorgen voor een optimale beweging van de darmen. Deze beweging zorgt ervoor dat voedsel doorgevoerd wordt. Konijnen wassen zichzelf erg veel en krijgen daarom nogal wat haren binnen. Bij een goede darmwerking komen de haren met de keutels naar buiten. Maar als de beweging van de darmen te traag is, blijft het voedsel te lang in de maag en als deze massa uitdroogt, blijven de grove delen over (waaronder het haar). De vochtige maaginhoud wordt langzamerhand een massieve, vastklevende massa. Het konijn krijgt hierdoor een vol gevoel, waardoor het minder gaat eten, en omdat het minder gaat eten, bewegen de de darmen zich nog trager. Het lichaam ontrekt vocht aan de maag, en vervolgens droogt het voedsel uit en wordt een vastklonterende massa, die niet meer weg kan. Nu is er een verstopping ontstaan.
Je konijn gaat steeds minder eten en de keutels worden steeds kleiner. Tot dat het konijn stopt met eten en keutelen. Wat te doen?
Het beste kun je direct naar de dierenarts gaan. Deze zal darmstimulerende middelen en pijnstillers injecteren. Ook zal er vocht toegediend worden om uitdroging te voorkomen. En het konijn krijgt dan een laxerend middel zoals Laxatract.
Daarna moet je thuis verschillend groenvoer aanbieden. Bv. Peterselie, wortelloof, andijvie, paardenbloemblad, gras, wortel (werkt laxerend).
Daarbij geef je 2 x daags pijnstiller (Carprofen drops) en 4 x daags Cisaral drops en Metocloral drops en 3 x daags Laxatract en 3 x daags vers ananassap. (bevat een enzym dat de verstopping afbreekt, geen blikananas!)  Ook kun je dwangvoeren met wortelhapje (Olvarit). Verder laat je je konijn zoveel mogelijk hooi eten.
Laat je konijn veel bewegen voor een goede darmwerking.
   
Coccidiose


Wat is coccidiose precies?
Coccidiose is een weerstand-gerelateerde ziekte. Hoe hoger de weerstand is, hoe lager de kans dat coccidiose uitbreekt. Stress is oorzaak nummer 1 voor het uitbreken van de ziekte. Stress heeft bij een konijn onmiddellijk invloed op de weerstand en stress kun je niet altijd voorkomen. Simpele dingen zoals temperatuurschommelingen, voerveranderingen, omgevingsveranderingen et cetera geven al zoveel stress aan een konijn, dat de weerstand omlaag gaat. Dat is een reden waarom al die jonge konijntjes, uit het nest naar de dierenwinkel en daarna weer naar een nieuw tehuis, zo gevoelig zijn voor coccidiose. De ziekte breekt uit wanneer de verantwoordelijke parasieten, coccidiën (dit zijn eencellige diertjes, ook wel protozoa genoemd) door weerstandsverlaging kans zien zich massaal te vermeerderen.

Hoe merk je coccidiose bij je konijn?
Diarree is een duidelijk symptoom. Andere symptomen die er op kunnen wijzen dat een konijn coccidiose heeft zijn verstoppingen, gasaanvallen en af en aan natte keutels. Laat in dit geval een keutel-onderzoek doen. Zelfs al zien de keutels er tussentijds perfect uit en zelfs al vindt de dierenarts zo'n onderzoek eigenlijk niet nodig. Worden er coccidiën of oöcysten (klontjes eitjes) gevonden, dan is het nodig een kuur te geven. Een konijn met coccidiose hoeft dus echt niet perse diarree te hebben en daar vergissen veel dierenartsen zich in. Heeft een konijn dunne diarree, dan heeft het al in zeer ernstige mate coccidiose.

Medicatie
Geen enkel antibioticum is in staat om de coccidiën zelf te doden. Dus ook het coccidiostaticum dat aan het voer toegevoegd is niet! Via uitscheiding van oöcysten wordt de besmetting verspreid. De medicijnen worden uitsluitend gegeven om bepaalde stadia van de cyclus te stoppen, zodat er onder andere geen eitjes meer komen.

Over het algemeen worden Toltrazuril, ESB3 of Baycox ingezet tegen coccidiose. De werkzame stof van Baycox is ook toltrazuril. Toltrazuril heeft het voordeel dat het een vroeger stadium stopt dan ESB3. Zo remt Totrazuril de coccidiën al af voordat ze zich splitsen in mannelijke en vrouwelijke exemplaren. Hierdoor ze zich niet kunnen gaan voortplanten. Waardoor er dus ook geen eitjes komen en  de besmettingscyclus onderbroken wordt. Ook levercoccidiose (veroorzaakt door Eimeria stiedae) kan met toltrazuril behandeld worden. ESB3 pakt de Eimeria stiedae niet voldoende aan en is met name nuttig bij darmcoccidiose. Baycox- 5% dosering: 0,4 ml per kg konijn 3-5 dagen , evt, tesamen met Sulfatrim of Bactrimel. zie onder:


Bactrimel sprookje
Wanneer er sprake is van een zeer ernstige coccidiën besmetting kan de darmwand beschadigd raken. Hierdoor krijgen pathogene bacteriën vrij spel en ontstaat darmslijm-vliesontsteking. Hier kun je dan ook vloeibare diarree zien. Dit is een zeer ernstige toestand die fataal kan verlopen. In dit geval kan het nodig zijn om, naast het anticoccidiosemiddel, een sulfa-antibioticum (trimethoprim-sulfonamide) in te zetten. Dit doodt de bacteriën. Voor dit doel wordt vaak Bactrimel gekozen. Daarmee is bij veel dierenartsen het sprookje ontstaan dat coccidiose te genezen zou zijn met Bactrimel. Dat is dus niet zo. Het is ondersteunende medicatie bij coccidiose, in die gevallen dat dat noodzakelijk is.

Eigen weerstand
Door de medicatie komen er geen eitjes meer. Maar de volwassen coccidiën, die niet met antibioticum aan te pakken zijn, wonen nog steeds in het konijn. Deze moeten door het konijn zelf overwonnen worden. Wanneer de weerstand hoog is, worden de coccidiën door het eigen systeem onder controle gehouden. De beste preventie tegen coccidiose is daarom niet coccidiostaticum in het voer, maar zorgen voor een hoge weerstand van de konijnen.

© Maryo van den Berg

Preventief geven wij elk nieuw binnen komend konijn een eenmalige dosis Baycox 5% van 0,4 ml per kg konijn dat 3-6 weken beschermd tegen coccidiose.

Coccidiose is te bestrijden met ammoniak voor het hok en de omgeving.

 

  Snot / Pasteurella

Snot is geen fraai woord, maar een verzamelnaam voor een reeks ziekten met een abnormale neusuitvloeiing af en toe gepaard gaande met niezen. In het beginstadium is het vrijwel onmogelijk vast te stellen met welk soort snot men te maken heeft. Vaak treedt er ook ettering van het oogslijmvlies op, of een middenoorontsteking, zelfs een ontsteking van de hersenvliezen. Abcessen aan hals en keel zijn niet zeldzaam. Onder deze omstandigheden behoeft het niet te verwonderen dat het konijn ziek wordt en sterft. Een behandeling van echte snot is geen gemakkelijke opgave. Veel hangt af van de aard van de bacterie die de oorzaak is. In het laboratorium is het mogelijk de soort bacterie te laten identificeren en laten onderzoeken voor welk antibioticum deze gevoelig is, dan kan hierop de behandelingsmethode opgebouwd worden. Zieke dieren moet men scheiden van gezonde dieren. Hokken waarin konijnen hebben gezeten die aan snot lijden moeten grondig gereinigd en ontsmet worden.

Als je konijn wat niest of verkouden is kun je zo ie zo alvast meer weerstand op gaan bouwen door Echina Force -druppels van Dr. Vogel te geven onder het drinkwater. Zo'n 10-15 druppels in een flesje van 0,5 liter. Dit geef je dan twee weken. Hiermee bouw je meer weerstand op en onderdruk je de symptomen van 'snot'. Deze druppels dan een paar keer per jaar twee weken  blijven geven aan je konijn om continue de weerstand hoog te houden.!!!

Vaak wordt er antibiotica voorgeschreven door de dierenarts. ( Baytril of Doxoral aqua drops.) Dit helpt slechts even en dan komt het weer terug. Wat vaak wel helpt is Tetracycline/ Terramycine LA. Deze antibiotica wordt onderhuids geïnjecteerd. De dosis na 4 dagen herhalen, 4 weken lang. Deze antibiotica zou ook helpen voor de Bordetella bacterie --> familie van de Pasteurella. Dan hoor je je konijn vaak rochelen op de luchtwegen en heeft hij geen natte neus. 

Ook doe je er verstandig aan om je konijn extra vitamine C te geven door bv wortel of witlof te geven. Of neem Multivitamen voor knaagdieren Beaphar.

Tip: 
Homeopathisch middel van de Groene Os:    Sinus Compositum en een  Weertstand Compositum .                         zie
www.edera.nl 

Oorschurft

De oorzaak is het binnendringen in de oorschelp van een mijt. In de oren vormen zich kleine knobbeltjes en korsten in min of meer uitgebreide mate. De aandoening gaat gepaard met hevige jeuk. Het konijn laat het aangetaste oor iets hangen, het tracht door wrijven met de achterpoten het onaangename gevoel te verdrijven en schudt af en toe met de kop. Wordt geen behandeling ingesteld, dan woekert de schurft verder. Middenoor en hersenen kunnen worden aangetast. Oorschurft is ook zeer besmettelijk. Zelfs de hokken en het daarin aanwezige stro kunnen de schurft overbrengen. Bij behandeling van het konijn dient dus ook het aanwezige stro vernietigd te worden en het hok grondig ontsmetten. Bij de dierenarts kan Stronghold toegedient worden. Een ander goed medicijn is Dectomax via injecties, 0.2 ml per 5 kg konijn - 3 x om de 10 dagen.

Ook is het mogelijk het konijn een dag of 7 te behandelen met Johannesolie. Deze olie in een spuitje in de twee holtes binnen in het oor spuiten en royaal over de pijnlijke wondjes spuiten. De olie sluit de zuurstof af voor de mijten en het Johanneskruid verzorgd de wond goed. Snelle genezing is dan mogelijk.
Tip: Indien je geen johannesolie in huis hebt kun je ook knoflookolie maken van olijfolie en geperste verse knoflook zachtjes verwarmen tot tegen het kookpunt, even laten trekken en dan zeven.

Traanoog/bindvliesontsteking (conjunctivitis)

Dit komt vrij vaak voor bij konijnen en kan verschillende oorzaken hebben. Dikwijls komen stof en haren in het oog terecht, prikkelen het bindvlies en leiden uiteindelijk tot een ontsteking. Bij langharige konijnen kunnen vooral haren in de ogen raken. Als dit gebeurt,kan door voortdurende prikkeling leiden tot een chronische bindvliesontsteking. Sigarettenrook is eveneens gevaarlijk en kan conjunctivitis veroorzaken. Buiten kunnen sterke wind, ultraviolette stralen of een reeds bestaande allergie tot bindvliesontsteking leiden.
In de regel berusten tranende ogen op een ontsteking van het slijmvlies van de oogleden veroorzaakt door stof, tocht of prikkeling door scherpe strodeeltjes. De uitvloeiing is meestal waterig en soms meer slijmerig/etterig. Heeft de aandoening langere tijd bestaan, dan heeft zich onder invloed van het uitvloeiende vocht op de kophuid onder de voorste ooghoek een kale plek gevormd. Meestal veroorzaakt de ontsteking jeuk zodat het konijn probeert met zijn voorpoten in zijn ogen te wrijven. De oogleden kunnen gezwollen zijn. Hoewel elk konijn aan een traanoog kan lijden, loopt de Franse Hangoor toch een grotere kans.
De behandeling richt zich op de verwijdering van de oorzaken. Het hok zal tochtvrij moeten zijn, de lucht fris en stofvrij, de bodembedekking schoon en zacht. Er zijn middelen voor deze aandoening verkrijgbaar bij de dierenarts.

Myxomatose

In ons land werd myxomatose in 1953 voor het eerst geconstateerd nadat het jaar daarvoor in Frankrijk een zekere dr. Armand Delile in de omgeving van Parijs enkele wilde konijnen op zijn landgoed met dit virus besmette, omdat hij overlast had van deze dieren...........
Het virus dat deze ziekte overbrengt is niet te genezen. De symptomen van deze ziekte zijn zwellingen rond de ogen, waarbij een etterige uitvloeiing plaatsvindt. De hersenen worden aangetast, oren, neus en lippen zwellen en blindheid volgt. Ook aan de geslachtsorganen treden deze zwellingen op. Onder de huid vormen zich kleine knobbeltjes die duidelijk te voelen zijn. Het verloop van deze ziekte is stormachtig, na ongeveer 5 dagen sterft het dier. Het slachtoffer lijdt aan hevige pijnen. Muggen en vliegen worden als de voornaamste overbrengers van de ziekte beschouwd, waarbij ook enkele vlo-soorten in aanmerking komen.
Konijnen kunnen 2 x per jaar ingeënt worden voor deze ziekte, in het voorjaar en in het najaar.

Olifantstanden
Het konijn heeft in de onderkaak twee gebogen snijtanden. In de bovenkaak eveneens twee, met daarachter nog twee stifttanden. Op de voorzijde van de tanden bevindt zich een tamelijk dikke laag email, op de achterzijde is deze laag slechts dun. Het gevolg hiervan is dat de achterzijde van de tanden sneller slijt dan de voorzijde, waardoor de tanden beitelvormig worden. Aangezien een konijn een knager is wordt van het gebit veel gevergd. Indien een snijtand ontbreekt, mist de tegenoverliggende tand zijn natuurlijke afslijting en kan dus onverhinderd doorgroeien. Ditzelfde geld wanneer de stand der kaken afwijkt door een fractuur die verkeerd aaneengegroeid is, door verlamming der kaakspieren of indien daaraan een erfelijk factor ten grondslag ligt.
Het doorgroeien van de tand gebeurt in de richting van een gebogen spiraal. Deze olifantstanden bemoeilijken ten zeerste de opname van voedsel en maken dit dikwijls zelfs geheel onmogelijk. Het konijn zal dan ook sterk vermageren.
Bij de dierenarts kunnen de tanden afgeslepen worden wat om de 4-5 weken herhaalt moet worden. Beter nog de snijtanden laten verwijderen.

VHS/VHD
De ziekte Viraal Haemorragisch Syndroom is een zeer besmettelijke ziekte die voor het eerst in 1982 in China is beschreven. In 1990 is de ziekte ook in Nederland beschreven en in dat jaar zijn er ook nogal wat konijnen gestorven aan VHS. Het virus is alleen besmettelijk voor konijnen. De ziekte doet zich vooral voor tijdens de lente en de herfst. Konijnen die geïnfecteerd zijn hebben last van stuiptrekkingen, ademen onregelmatig, zijn slap, vertonen krampen, schreeuwen soms, knarsen met de tanden en gaan in de regel zeer snel dood. Omdat de ziekte zo snel fataal is, is het bijna niet mogelijk de zieke konijnen te behandelen. Het doel moet dan ook zijn de ziekte te voorkomen. Daarvoor is een goede hygiëne vereist. De kooi moet regelmatig verschoond worden en contact met wilde konijnen voorkomen. Daarnaast kunnen de konijnen voor dit virus ingeënt worden. Dit hoeft slechts 1 keer per jaar in tegenstelling tot de enting voor Myxomatose, deze dient 2 x per jaar gegeven te worden.
Ook is het af te raden om gras of ander groenvoer te plukken waar mogelijk besmette konijnen aan hebben gezeten of overheen hebben geplast of gepoept. Dan breng je het virus sowieso mee.

Madenziekte (myasis)
Tijdens warme en broeierige tijden in de zomer moet men zeer goed letten op de eventuele plakpoep of andere resten van uitwerpselen in de vacht en bij de achterpoten en staart en rond de anus. Hierin legt de groene vlieg eitjes die binnen enkel uren maden worden en die zich gaan voeden met in eerste instantie poep en daarna wondjes maken in de huid en zich zo naar binnen gaan eten bij het konijn.
De maden scheiden een giftige stof af die bloedvergiftiging veroorzaakt en het konijn sterft snel.
In het beginstadium kan het konijn met spoed naar de dierenarts worden gebracht voor een injectie. Let wel op: elk uur telt!!
Het konijn dat de ziekte heeft is vaak lusteloos en heeft jeuk aan de achterhand en rondom de staart en anus.
Als je Sebacyl (Bayer) in huis hebt kun je hiervan een badje maken (verdund) en het konijn er met z'n achterwerk in laten baden. De maden zullen dan snel loslaten. 0.1 ml per 5 liter water.

       Vlooien bij konijnen,       kijk op:
     
http://www.medirabbit.com/NL/Huidziektes/Parasieten_ziektes/fleas_nl.pdf

      Vachtmijt  kijk op:

        http://www.konijnen.nl/ziekten/vachtmijt.htm

Blaasontsteking en blaasstenen bij het konijn.

Sue A. Kestenman, Doctor in de diergeneeskunde.

Vroege voortekenen:

Een oplettend persoon kan vaak blaasontsteking bij zijn of haar konijn al herkennen voor het konijn sloom word, slecht gaat eten, of in een levensbedreigende toestand terecht komt. De vroege symptomen verschillen per konijn, maar men dient  hulp van een dierenarts in te roepen, wanneer men één of een aantal van de volgende zaken constateert: Uw konijn is niet meer zindelijk, d.w.z. hij plast niet meer op zijn
vaste plek, zo hij die heeft; hij of zij moet moeite doen om te plassen, hij moet zijn urine naar buiten persen;
hij of zij hopt constant naar zijn vaste plasplek zonder dat het tot plassen komt; hij of zij heeft natte plek rond de geslachtsdelen; soms is er zelfs sprake van een chronische huidirritatie op die plek van de doorlopende inwerking van urine; urine die “dik” lijkt te zijn (met de consistentie van tandpasta), of bloed in de urine. Bloed in de urine van het konijn moet worden vastgesteld door een dierenarts door analyse van de plas of een microscopisch onderzoek, of door een urine-teststrookje, die bij de dierenarts kan worden gekocht. Heel veel mensen verwarren roodgekleurde urine (de aanwezigheid van oranje tot rood gekleurde bijproducten in de urine, die het resultaat zijn van chlorofyl uit planten en afbraak van andere plantaardige producten) met
bloed in de urine.
Diagnose: Elk dier, die de symptomen vertoont, zoals boven beschreven, moet direct naar de dierenarts. Een geroutineerde dierenarts zal de urine onderzoeken en röntgenfoto’s maken als eerste stap in het vaststellen van een blaasprobleem.  Omdat blaasstenen bij het konijn en die ingedikte tandpasta-achtige urine voornamelijk bestaan uit calcium, zijn ze makkelijk vast te stellen aan de hand van röntgenfoto’s. Uw dierenarts moet op de hoogte zijn van de normale waarden in konijnenurine en hoe een konijnenblaas er uit moet zien op een röntgenfoto. Veel gewone konijnen hebben materiaal in de blaas, wat zichtbaar wordt op een röntgenfoto, maar hebben niet de abnormale waarden die dan zouden worden verwacht bij analyse van de urine, of hebben niet de klinische symptomen om een diagnose van blaasontsteking te ondersteunen. Als eenmaal blaasontsteking is geconstateerd, zal een urinekweek, chemisch bloedonderzoek, en een bloedceltelling uw dierenarts helpen de ernst van de ziekte vast te stellen, en uit te maken hoe het probleem bij dat specifieke konijn dient te worden behandeld. ALS ER BLAASSTENEN ZIJN AANGETROFFEN :Behandeling van een patiënt met blaasstenen houdt in, dat de stenen dienen te worden verwijderd, omdat ze vaak niet vanzelf worden uitgeplast en er geen methode bekend is om ze op te lossen. Als je de stenen laat zitten, zullen ze alsmaar groter worden, en de blaaswand irriteren en beschadigen, en chronische infectie en ontsteking van de blaas veroorzaken (cystitis) en zal daardoor het konijn ernstig ziek worden. Afhankelijk van de algehele conditie van het konijn op het moment, dat de diagnose gesteld wordt, zal de dierenarts de patiënt kunnen stabiliseren met vochttherapie, neussondevoeding, of de toediening van
antibiotica voorafgaand aan een operatie. Na de operatie moeten de meeste konijnen tenminste één of twee
dagen opgenomen blijven voor de toediening van vocht en pijnbestrijding voordat ze worden ontslagen. Keutels van hetzelfde konijn liggen ernaast ter vergelijking.   “ZAND” IN DE BLAASAls een konijn geen blaasstenen heeft, maar een opeenhoping van dikke “slurrie” of “zand” in de blaas, die ziekte en ongemak veroorzaakt, zal de behandeling eerder uit toedienen van medicijnen bestaan dan door een
operatie. Ten overvloede wordt het aanbevolen, de algehele conditie van het konijn in ogenschouw te nemen,
niet alleen door middel van de analyse van de urine en de röntgenfoto’s,  die eerder al genoemd werden, maar
ook met een urinekweek, chemisch bloedonderzoek, en een complete bloedceltelling. Dit geeft de dierenarts de
mogelijkheid de ernst van de infectie/ziekte vast te stellen, en of andere organen, zoals de nieren, ook zijn aangetast.
Het zou kunnen, dat sommige konijnen met “slurrie in de blaas”-ziekte enige dagen dienen te worden opgenomen  voor vochttoediening en antibiotica, eer ze weer mee naar huis kunnen. Het zou kunnen dat het noodzakelijk is dat
ze met de hand geholpen moeten worden om de “slurrie” uit de blaas te krijgen, en soms
hebben ze pijnmedicatie nodig om de krampen in de blaas en de urinewegen onder controle te krijgen. Thuiszorg voor konijnen (na opname) houdt een voortzetting van de antibiotica in, met een minimum van tien dagen.  Soms is er een antibioticumkuur van verscheidene weken nodig, als de urinekweek een ernstige infectie aangeeft. Veranderingen in het dieet zijn ook van cruciaal belang, als u niet wilt dat de urineweginfectie terugkomt. Konijnen (ouder dan 6 maanden) met een geschiedenis van blaasproblemen, moeten verder zonder harde brokjes (pellets) of in ieder geval met erg weinig brokjes. Zij moeten een gevarieerd menu krijgen met verse groenten (zeker een bakje of meer, dagelijks), behalve groenten die rijk zijn aan calcium, zoals boerenkool en broccoli. Geen alfalfa (luzerne-klaver) geven, maar timothee-gras of hooi van gras, daar moeten ze vrijelijk over kunnen beschikken. Dieren, die overgewicht hebben, moeten aangemoedigd worden ten minste twee maal daags één uur los te lopen . Dit zou kunnen worden bevorderd door uw konijn u te laten achternazitten door het huis, ook de trap op en neer, en u kunt het konijn achternazitten. Sommige konijnen kunnen een behoorlijke tijd zoet zijn met het naar u terugrollen van een bal. Er zijn ontelbare manieren om van uw konijn te genieten en tegelijkertijd hem/haar wat lichaamsbeweging te geven.Van alle konijnen, die in eerste instantie in een urinekweek een bacteriële infectie bleken te hebben, moeten een analyse van de urine worden gemaakt, en deze kweek dient te worden herhaald na het afmaken van de antibioticumkuur om zeker te zijn dat de infectie is verdwenen. Ook is het zo, dat - zelfs met alle behandelingen zoals boven beschreven, en de veranderingen in het dieet - de blaasstenen bij sommige dieren opnieuw kunnen terugkomen, en regelmatige bezoeken aan de dierenarts (zeker één keer per zes maanden) voor een röntgenfoto om de blaas te controleren op stenen zijn dan ook heel belangrijk. Als het op tijd door een opmerkzaam persoon is geconstateerd, zou ziekte van de blaas behandelbaar moeten zijn, en geen permanente schade hoeven te veroorzaken aan de gezondheid van het konijn of aan de totale levensduur.  Vertaling: J.C. Peet-Kruise (dd.19-08-2002)  http://www.rabbit.org/journal/3-5/bladder-disease.html van de House Rabbit Society.

 

                           Copyright 2011 Konijnenopvang Het Knabbelhuis